Highlights uit het onderzoek:

  • De totale ouderenzorg kost € 27,9 miljard.
  • 40% van de uitgaven gaat naar verpleeghuizen.
  • De gemiddelde zorguitgaven per oudere dalen.
  • Het beleid 'langer thuis wonen' heeft effect.
  • 94% van alle 65-plussers woont thuis.

65-plussers wonen gewoon thuis

De ouderenzorg moet slimmer georganiseerd, daarvan lijkt iedereen doordrongen. In die context stijgt de behoefte aan inzichten en cijfers. NZa bracht in kaart welke zorg ouderen eigenlijk gebruiken. Wat vreemd genoeg niet eerder gebeurde. Dit onderzoek geeft waardevolle nieuwe inzichten.

Ouderenzorg staat onder druk. Tot 2040 zal de vraag fors toenemen. Nu al zijn er signalen dat de schoen wringt: tekort aan personeel, hoge kosten, roep om persoonlijke aandacht. Alle partijen voelen de urgentie om te innoveren. Graag voeden we de dialoog met cijfers over het werkelijke zorggebruik. Hoogleraar ouderengeneeskunde Joris Slaets becommentarieert ons onderzoek.

Joris Slaets
prof. dr. Joris Slaets

Over prof. dr. Joris Slaets

  • Hoogleraar ouderengeneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.
  • Directeur van kennisinstituut Leyden Academy waar hij een ommekeer in de ouderenzorg nastreeft - van het beperken van narigheid naar meer liefdevolle zorg.
  • Veelgevraagd commentator op ouderenzorg door toonaangevende media als NRC, de Correspondent, Trouw, de Volkskrant, Omroep Max en Zorgvisie.

Joris Slaets: "Veel onderzoeken redeneren vanuit de zorg, wat een gefragmenteerd beeld laat zien. De autoriteit redeneert nu vanuit de oudere zelf, wat een verhelderend totaalbeeld geeft. Dat levert waardevolle inzichten op, waarmee we weer meer vat krijgen op deze heterogene doelgroep. Want de ene 75-jarige is de andere niet."

94% woont thuis

Uit het onderzoek blijkt dat 94% van alle 65-plussers thuis woont, en relatief gezond oud wordt. Boven 85 jaar woont nog steeds 70% thuis, vooral dankzij wijkverpleging. Slechts 6% van de ouderen – dat zijn er 189.000 – woont in een verpleeghuis. Dat is relatief duur: 40% van de totale uitgaven aan ouderenzorg gaat naar verpleeghuiszorg. Die hoge kosten rechtvaardigen dat er de laatste tijd veel over verpleeghuizen wordt gesproken. Maar het betreft dus maar een kleine groep mensen. We mogen de enorme groep thuiswonenden niet uit het oog verliezen.

Woonsituatie 65-plusser
Percentage
Thuiswonend94%
Residentieel6%
Bron: NZa Brontabel als csv (47 bytes)
Woonsituatie 85-plusser
Percentage
Thuiswonend70%
Residentieel30%
Bron: NZa Brontabel als csv (48 bytes)

Joris Slaets: "Veel mensen zullen zich verbazen dat de meeste ouderen gewoon thuis wonen. Het is fantastisch. Want veel ouderen die dit kunnen, willen het ook dolgraag en ervaren meer welbevinden. En ze blijven uit dat dure verpleeghuis. Overigens mogen we best creatiever nadenken over wat dat thuisgevoel eigenlijk inhoudt. Dat kan iets heel anders zijn dan de bakstenen waartussen je woont."

Kosten: relatief veel naar ziekenhuizen

De grafiek toont dat er twee grote kostenposten zijn: langdurige zorg en medisch-specialistische zorg. Ruim 50% van de zorgkosten van ouderen tot 75 jaar wordt besteed in het ziekenhuis. Waar ze een behandeling krijgen voor ouderdomsziekten als Parkinson, hart- en vaatziekten, tumoren en artrose. Boven 75 jaar verschuiven de uitgaven naar wijkverpleging en langdurige zorg. De gemiddelde uitgaven aan zorg van 85-plussers is overigens 4 keer hoger dan tussen 65 en 75 jaar.

Opbouw zorguitgaven ouderen 2016 (in mln. Euro)
langdurige zorgwijkverplegingmedisch-specialistische zorg (dbc)farmaceutische zorgoverige
65 -75 jaar1678,2519,84776,39871675,5
75 - 85 jaar3420,41056,23388717,41411,1
85+5021,81113,31101,9282,3762,3
Bron: NZa Brontabel als csv (224 bytes)

Joris Slaets: "Confronterend hoe vaak ouderen naar het – onpersoonlijke en relatief dure – ziekenhuis gaan. Dit moet beter kunnen. Veel poliklinische zorg rond ouderdomsziekten kan prima in de eerste lijn georganiseerd worden. Dat heeft voeten in de aarde, maar ook veel voordelen. De vertrouwde huisarts kent de patiënt al, overziet het geheel, is goedkoper. En kijkt naast het medisch perspectief ook naar zaken als leefstijl en context."

Hoge variatie

Tot dusver sprak het onderzoek over leeftijd. Er is echter veel variatie binnen leeftijdsgroepen. Een andere classificatie is ook denkbaar. In het onderzoek verdeelt NZa ouderen ook over groepen met vergelijkbaar zorggebruik. In 6 treden van toenemende mate van afhankelijkheid. Daaruit blijkt dat 75% van de ouderen tot de meest zelfstandige treden behoort. Het aantal ouderen in de hoogste trede neemt af. In de trede ervoor – thuis wonen met maximale ondersteuning – neemt het aantal ouderen juist toe. In deze trede dalen de gemiddelde kosten per oudere.

Zortredenmodel
Zorgtredenmodel

Joris Slaets: "Ik steun het idee om leeftijd niet als classificatie te gebruiken. Op hogere leeftijd verschillen mensen te veel van elkaar. De zorgtreden die NZa hier gebruikt geven al een beter beeld, hoewel daarin nog steeds de geleverde zorg centraal staat. Daarom zou ik graag nog een stap verder gaan en het perspectief van de ouderen zelf op hun eigen zorg- en welzijn betrekken bij de classificatie."

Download het onderzoeksrapport

Dit artikel beschrijft slechts enkele highlights van het onderzoek. Het volledige rapport is publiek beschikbaar. We nodigen u graag uit uw eigen mening te vormen.

Download de Monitor Zorg voor ouderen.

Joris Slaets heeft twee innovatieve ideeën om de ouderenzorg te verbeteren. Lees meer over innovaties in de ouderenzorg.

Yvonne Krabbe
Yvonne Krabbe, beleidsmedewerker Langdurige Zorg

Hoe gaat de NZa verder met deze uitkomsten?

Yvonne Krabbe: “Wat maakt nu dat sommige ouderen thuis blijven wonen en andere naar een verpleeghuis gaan? De resultaten van dit onderzoek roepen die interessante vervolgvraag op. Oftewel: welke kenmerken in zorgvraag en -aanbod hebben effect op het zorggebruik van ouderen? Dat willen we uitpluizen. Ook is het interessant om het zorggebruik van deze zelfde groep ouderen de komende jaren te blijven volgen. Zo kunnen we beter begrijpen waarom sommige ouderen zware zorg nodig hebben en anderen niet. Deze kennis helpt ons weer om betere regels te maken. Zodat de langdurige zorg ook in de toekomst toegankelijk, betaalbaar én van goede kwaliteit blijft voor iedereen.”