“We zijn trots dat we met elkaar een eerste stap hebben gezet om tot een toekomstbe-stendige bekostiging te komen voor de geestelijke gezondheidszorg en de forensische zorg.” Josefien Kursten, directeur regulering van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is blij dat de zorgaanbieders en de zorgverzekeraars het advies van de NZa over het zorgprestatiemodel ondersteunen. “We hebben de afgelopen maanden constructief samengewerkt in een projectteam met meer dan 10 belangenorganisaties en het resultaat mag er zijn.”

In het advies aan staatssecretaris Blokhuis stelt de NZa voor om de dbc- en dbbc-bekostiging te verlaten en het zorgprestatie-model per 2022 in te voeren voor de ggz en de forensische zorg (fz). Zorgaanbieders declareren per 2022 niet langer dbc’s maar een eenvoudige set aan zorgprestaties. Deze zorgprestaties zijn gekoppeld aan één dag en weerspiegelen de daadwerkelijk geleverde zorg. Ook sluiten de tarieven aan bij de behandelinzet en de behandelsetting. Josefien Kursten: “ Keep it simple, dat was ons uitgangspunt. We zijn met elkaar op zoek gegaan naar een eenvoudig en helder model dat zorgaanbieders, zorgverzekeraars maar ook patiënten goed inzicht geeft in de declaraties.”

Hans Kamsma, voorzitter van de LVVP
Hans Kamsma, voorzitter van de LVVP

Behandelaren zijn in het huidige model veel tijd kwijt aan het uitleggen van de rekenin-gen aan patiënten vertelt Hans Kamsma, voorzitter van de LVVP. “Soms moeten psychologen en psychotherapeuten vragen van hun patiënten onbeantwoord laten, omdat het systeem zo ingewikkeld is. Als we zorgprestaties declareren kunnen we veel beter uitleggen wat we doen. Dat is in het belang van de patiënt.“ Ook zorgverzekeraars krijgen van hun verzekerden veel vragen over de rekening voor ggz. “De informatie op de rekening is niet herkenbaar voor verzekerden en dus lastig te begrijpen,” zegt Jean-Paul van Haarlem van ONVZ. “Ook zijn mensen vaak al veel vergeten, om-dat het wel een jaar kan duren voor ze de rekening krijgen. De doorlooptijd van dbc’s is te lang.”

“Transparantie leidt tot meer inzicht”

Kortere doorloptijd

Ook Jos Brinkmann van ggz noord holland noord ziet veel voordelen nu de doorlooptijd van de declaraties veel korter wordt: “Het kan nu nog 3 jaar duren voordat een dbc-traject volledig wordt afgesloten. Het traject van de jaarafsluiting is dan ook zeer bewerkelijk en complex omdat een dbc over de jaargrens heen kan lopen. Met de komst van de nieuwe bekostiging ggz en fz is dit verleden tijd. We kunnen zorgprestaties straks direct declareren. Schadelastjaar en boekjaar zijn dan aan elkaar gelijk.” Ook de administratieve lasten zullen naar verwachting een stuk lager liggen. Hier ligt volgens Brinkmann een mooie uitdaging voor het veld.

“De kunst is nu om tot een simpel en doel-treffend automatiseringssysteem te komen waarmee we zorgprestaties eenvoudig kunnen vastleggen. Een mooie klus die we de komende tijd samen met ict-leveranciers en zorgprofessionals zullen oppakken.” 

Jos Brinkman van ggz Noord-Holland noord
Jos Brinkmann van ggz Noord-Holland noord

“Ik verwacht dat transparantie leidt tot meer inzicht, onder andere bij zorgverzekeraars. Hopelijk ontstaat er wederzijds begrip tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars en uiteindelijk tot een beter contact,” zegt Kamsma. Ook de zorgverzekeraars zien hier kansen om het vertrouwen tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars te
vergroten. Van Haarlem: “Het zorgprestatie-model maakt veel meer onderscheid. Je kunt verschillende consulten declareren uitgevoerd door verschillende beroepsgroepen. Dat maakt dat de toetsing veel makkelijker is en we als verzekeraar veel minder informatie hoeven uit te vragen, ook bij onze verzekerden.”

Jean-Paul van Haarlem van ONVZ
Jean-Paul van Haarlem van ONVZ

Zorgvraagtypering

Het zorgprestatiemodel start in 2022. De komende anderhalf jaar gebruiken we om aan alle randvoorwaarden te voldoen zodat we in 2021 kunnen proefdraaien tijdens een simulatiejaar. “Het advies is een eerste stap, onze inzet is een bekostigingsmodel dat bijdraagt aan gepaste en doelmatige zorg. Voor ons is de zorgvraag van de patiënt daarvoor de basis, maar voor de zorgvraag-typering is meer onderzoek nodig,” zegt Josefien Kursten. “We hebben door de goede samenwerking in het voortraject en de
afspraken die we hebben gemaakt over de verdere uitwerking van het model vertrouwen dat we tot een bekostiging kunnen komen waar iedereen zich in kan vinden.”

Dit vertrouwen delen de andere betrokkenen. “Alle elementen zijn geborgd in het proces en de mensen weten elkaar te vinden. Dit is geen papieren tijger.”, zegt Hans Kamsma. “Samenwerken is de sleutel. Ik denk dat dit traject een blauwdruk kan zijn voor andere vraagstukken in de zorg.”, besluit Jean-Paul van Haarlem.