Per 2020 is er een nieuwe bekostiging voor zorg aan mensen met een auditieve of visuele beperking, of een taalontwikkelingsstoornis. Hoe zorg je ervoor dat inzichtelijk is welke zorg de aanbieders leveren en dat zij daar met zorgverzekeraars een passende vergoeding voor kunnen afspreken?

Dat was de vraag waarmee rond 2015 begonnen is met het tekenen van de eerste contouren van een nieuwe bekostiging voor de extramurale zorg aan mensen met een zintuiglijke beperking. Betrokkenen vertellen over de totstandkoming en kijken vooruit.

Als er één bekostigingstraject boven uitsteekt dan is het dit traject

Rob Bloem van Samenwerkingen Instellingen voor mensen met Auditieve en/of Communicatieve beperkingen
Rob Bloem, Samenwerkende Instellingen voor mensen met Auditieve en/of Communicatieve beperkingen

Het proces

“Dat doen we wel even,” blikt Wobbe Kijlstra glimlachend terug. “Dat dachten we nog in 2015.” Kijlstra was nauw betrokken bij dit traject namens Vivis, de instellingen voor mensen met een visuele beperking. “Maar het is een proces geweest van de lange adem. We hebben het traject rustig, en vanuit de zorginhoud vorm gegeven. Alle partijen hebben hier met veel vasthoudendheid en toewijding aan gewerkt. Het resultaat mag er zijn. Als er een bekostigingstraject boven uitsteekt dan is het dit traject.”

“Het was een gezamenlijke zoektocht naar een systeem dat recht doet aan de zorg die wij leveren”, benadrukt Rob Bloem. “Wij zaten aan het roer, maar de kapitein was de NZa.” Bloem zat aan tafel namens SIAC, de Samenwerkende Instellingen voor mensen met Auditieve en/of Communicatieve beperkingen: “Samen met data-analisten van de NZa hebben we zitten zoeken en kijken of we de zorg die wij dagelijks leveren herkennen. Van zorgaanbieders is veel gevraagd om de zorg die zij leveren toe te lichten. Wat veroorzaakt de verschillen? Steeds was er de ruimte om de inhoudsdeskundigen te laten vertellen hoe de zorg eruit ziet of zou moeten zien.”

Jasper van Kuik van Zorgverzekeraars Nederland
Jasper van Kuik van Zorgverzekeraars Nederland

Jasper van Kuik van Zorgverzekeraars Nederland benadrukt het doel van de nieuwe bekostiging nog eens: “Na de overheveling in 2015 van deze zorg naar de Zorgverzekeringswet, zijn zorgaanbieders en zorgverzekeraars het gesprek aangegaan over de manier waarop er samen kan worden ingezet op passende zorg voor mensen met een zintuiglijke beperking”. Van Kuik was als beleidsadviseur namens de zorgverzekeraars betrokken bij dit traject. “Patiëntenverenigingen, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en de NZa hebben hard gewerkt aan het transparant maken van de zorg en het opstellen van zorgprogramma’s. Met deze uitwerking is er meer inzicht ontstaan in de gewenste inhoud van de zorg voor mensen met een zintuiglijke beperking”.

Jan Joris Kram begeleidde het traject vanuit de NZa: “We wilden echt begrijpen hoe het zit. Welke zorg wordt er geleverd, waarom zien we verschillen? Hiervoor zijn we vele malen met inhoudsdeskundigen om de tafel gaan zitten. Het was nogal wat voor zorgaanbieders om volledig transparant te zijn. Naar ons en naar zorgverzekeraars. Hiervoor hebben alle partijen elkaar veel vertrouwen gegeven. We hebben zonder te oordelen de verschillen tussen zorgaanbieders proberen te begrijpen. Met deze nieuwe bekostiging ontstaat er naast een passende vergoeding voor de zorg die geleverd wordt een basis voor een kwalitatief en inhoudelijk inkoopgesprek.”

Jan Joris Kram van de Nederlandse Zorgautoriteit
Jan Joris Kram, NZa

Voorbeeld

“We komen vanuit de AWBZ van een prijs per uur”, benadrukt Kijlstra. “Je sprak af hoeveel uur je per jaar aan zorg ging leveren. Maar dan heb je geen beeld van de individuele cliënt. We gaan nu onderscheid maken in verschillende cliëntgroepen. Wat we aan behandeling leveren aangevuld met visuele expert consultaties. Daarmee ontstaat inzicht in zwaarte, intensiteit en complexiteit. Door die differentiatie kun je het met de zorgverzekeraar hebben over de inhoud, wat doe je en voor wie doe je het?

Bloem: “Het was een heel intensief traject. Wat mij betreft kan het een voorbeeld zijn voor andere sectoren. De datacapaciteit van de NZa was heel groot. De uitkomsten helpen nu in de verdere ontwikkeling. De NZa heeft elke instelling zijn eigen gegevens en de effecten van gemaakte keuzes teruggeven. Dat was enorm waardevol. Zo creëer je veel begrip bij aanbieders voor de uitkomst. Daarnaast denk ik dat het goed werkt als je aanbieders zelf betrekt, en niet alleen de branchevereniging. In onze kleine sector is het gebruikelijker dat je zowel voor de branchevereniging werkt als voor een aanbieder.

Van Kuik (ZN): “De openheid over het zorgproces die door zorgaanbieders en de NZa is gegeven is bewonderenswaardig. Gevolg van deze openheid was dat de gesprekken niet alleen gingen over de rekenkundige exercitie om tot prestaties en tarieven te komen, maar ook echt over de gewenste inhoud van de zorg. Samen hebben we het belang van de patiënt echt vooropgesteld.”

Wobbe Kijlstra, Vivis
Wobbe Kijlstra, Vivis

Hoe nu verder?

“Nu gaan partijen ermee werken”, licht Bloem toe. “Er moet zorg worden ingekocht. Mede in dat kader is er een gedragslijn afgesproken tussen alle partijen over de invoering en monitoring in praktijk. Wat zijn de uitgangspunten op basis waarvan we met elkaar het gesprek aan gaan? Hoe volgen we de ontwikkeling in 2020 en 2021? Als er dingen fout gaan, trekken we aan de bel. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders hebben beiden een belang. Zorgaanbieders moeten goede zorg leveren aan de cliënt, zorgverzekeraars moeten goede zorg regelen voor hun verzekerden. Daarvoor moeten we elkaar helpen.”

Van Kuik (ZN) benadrukt dat met de nieuwe productstructuur niet alleen een overstap wordt gemaakt naar een andere financiering, maar ook naar een andere manier van het maken van afspraken. “Dit zal voor alle partijen even wennen zijn. Om dit proces goed te laten verlopen hebben we daarover samen afspraken gemaakt in de vorm van de gedragslijn.”

Kram vult aan dat hij vertrouwen heeft in het goede inkoopgesprek tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieder met de nieuwe bekostiging als basis. “De gedragslijn helpt daar bij.” Kijlstra vindt de toekomst nog wel spannend: “Er is veel tijd en energie in de bekostiging gestoken, maar daarmee is het nog niet klaar. Het moet ook in de praktijk gaan werken. Die stap is wel heel wezenlijk.”