De nieuwe bekostigingsmethodiek moet ervoor zorgen dat alle verpleeghuizen, ongeacht hun omstandigheden, met hun tarief kunnen voldoen aan het Kwaliteitskader Verpleeghuizen. Het doel is daarnaast dat we het Kwaliteitskader Verpleeghuizen zo effectief mogelijk behalen. Om deze doelen te behalen zijn we gestart met een onderzoek dat we de integrale vergelijking noemen.

Hoe doen we het nu?

In het huidige bekostigingsmodel stellen we maximumtarieven vast per zzp op basis van gewogen landelijk gemiddelde kostprijzen. In het huidige bekostigingsmodel houden we al enigszins rekening met verschillen. Zo stellen we een maximumtarief vast per zzp, waar een hogere zzp leidt tot een hoger tarief.

Waar willen we naartoe?

De omstandigheden waarin verpleeghuizen zorg leveren, zijn in de praktijk niet overal gelijk. Daarom onderzoeken we welke kostenverschillen er bestaan tussen aanbieders. In de toekomstige bekostiging willen dat, niet-beïnvloedbare, omstandigheden gaan meewegen in de tarieven zodat de bekostiging eerlijker wordt.

Dankzij de integrale vergelijking krijgen we inzicht in de verschillen in kosten tussen verpleeghuizen. Hierdoor worden tarieven die beter aansluiten bij de praktijk mogelijk. Dat wil zeggen: tarieven die ervoor zorgen dat alle verpleeghuizen in heel Nederland, ongeacht omstandigheden, kunnen voldoen aan het Kwaliteitskader Verpleeghuizen.

Hoe gaan we vergelijken?

Met de gegevens die aanbieders aanleveren tijdens de data-uitvraag kunnen we zorgaanbieders vergelijken. Dit doen we met de integrale vergelijking. Deze integrale vergelijking is gebaseerd op de DEA-methode (Data Envelopment Analysis). Daarmee wordt inzichtelijk hoe de kosten van aanbieders zich tot elkaar verhouden.

De DEA-methode kan meerdere vergelijkingselementen gelijktijdig meenemen. Bijvoorbeeld: het verschil tussen kostencategorieën én de verschillen in productmixen. Hierdoor krijgen we inzicht in de kostprijzen van de meest doelmatige zorgaanbieders.

Vervolgens groeperen we iedere zorgaanbieder in een peergroup. Dit zijn zorgaanbieders die vergelijkbaar zijn qua omstandigheden. Dit biedt inzicht: wanneer bepaalde kosten tussen vergelijkbare aanbieders verschillen, kan het interessant zijn om hier het gesprek over te voeren met elkaar. Op deze manier faciliteert de integrale vergelijking het leren tussen aanbieders. Dit hangt uiteraard wel af van de wens van de sector (in hoeverre transparantie gewenst is) en de mate waarin gegevens met elkaar mogen worden gedeeld.

Zo borgen we kwaliteit

Deze methode laat helaas niet zien of de kwaliteit van de geleverde zorg ook daadwerkelijk op orde is. We willen daarom de tarieven alleen baseren op zorgaanbieders die goede kwalitatieve zorg leveren. De werkgroep Kwaliteit buigt zich over de vraag hoe we dit kunnen borgen. Op deze manier voorkomen we dat de tarieven te laag zijn om kwalitatief goede zorg te leveren.

We krijgen vaak de vraag: wordt dit dan geen race naar de bodem? “Als bekend wordt wie het goedkoopst uit is, dan worden wij vast ook gedwongen voor die prijs te werken.” Ons antwoord is dan: nee dat is het niet. Doordat we de NZa-tarieven alleen baseren op bestaande zorgaanbieders die kwalitatief goede zorg te leveren, zal het geen race naar de bodem worden. Daarnaast is en blijft het de rol van de zorgkantoren  om samen met zorgaanbieders in de inkoopgesprekken te bepalen wat het definitieve tarief wordt voor een zorgaanbieder. Hiervoor wordt het gesprek gevoerd over bijvoorbeeld regionale functies, innovatie of speciale cliëntgroepen.

Op basis van de opgehaalde informatie kan het gesprek ook gaan over de manier waarop kostenverschillen (op termijn) bijdragen aan een slimmere of betere bedrijfsvoering. Wij als NZa kunnen in onze regulering dit verschil niet maken. Wel kunnen we informatie geven over een redelijk tarief, gebaseerd op vergelijkbare zorgaanbieders.

En het landelijke budget voor de verpleeghuizen?

We zitten nu in een economisch bloeiende tijd. Dat betekent dat er relatief veel geld beschikbaar is. Om ervoor te zorgen dat er ook voldoende geld beschikbaar blijft als het economisch minder gaat, is het belangrijk dat we kunnen onderbouwen wat we als sector  nodig hebben om goede zorg te kunnen leveren.

Dit inzicht kan ook voor de politiek helpen. Wanneer wij als NZa in de tarieven duidelijk kunnen maken wat er  nodig is om de gewenste kwaliteit te kunnen leveren, kan dit in economisch mindere tijden een instrument zijn om de politieke ‘kaasschaaf’ van een bezuiniging tegen te houden.