Zorg dat je meedoet

Dit artikel hoort bij: NZa-Specials 05

“Artsen willen zorg leveren, ongeacht waar de operatiekamer staat”

Patiënten verdienen een goede behandeling, ook nu de coronacrisis een groot beslag op de zorgcapaciteit legt. Artsen willen die reguliere zorg blijven leveren. Waar, dat moet niet uitmaken. Daarom slaan steeds meer ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra de handen ineen om samen de reguliere zorg overeind te houden. “We beseffen dat we elkaar echt nodig hebben.”

Zorg dat je meedoet

Dat zegt Rob Kievit, algemeen directeur van het Rotterdamse Ikazia Ziekenhuis. “We zien elkaar als collega’s en niet als concurrenten, daarom verloopt de regionale samenwerking met Equipe Zorgbedrijven zo prettig. De vraag naar zorg neemt alleen maar toe. Het is niet alleen aan de ziekenhuizen om hieraan te voldoen, ook de zelfstandige behandelcentra hebben hier een belangrijke rol te vervullen.”

Rob Kievit, algemeen directeur van het Rotterdamse Ikazia Ziekenhuis

Door corona is de samenwerking intensiever, maar Ikazia en Equipe werken al langer naar tevredenheid samen op het gebied van medisch-specialistische zorg. De meeste behandelingen zijn orthopedisch of oogheelkundig van aard. Een aantal medisch specialisten, zoals chirurgen, plastisch chirurgen en anesthesiologen, zet zich in voor beide organisaties. “Het Ikazia is voor ons het regionale ziekenhuis dat achterwacht biedt als dat nodig is”, licht Marlies Jansen-Landheer, medisch directeur van Equipe Zorggroepen de samenwerking toe. “Patiënten die wij niet kunnen helpen, bijvoorbeeld omdat complexere zorg nodig is, gaan naar het Ikazia. Maar de patiëntenstroom gaat ook de andere kant op. Het Ikazia huurt al enkele jaren twee operatiekamers bij Equipe. Nu de druk op de ziekenhuizen zo groot is en het verlenen van reguliere zorg in het gedrang is, neemt de intensiteit daarvan toe.”

Eigen arts, andere locatie

Toen in het voorjaar van 2020 ziekenhuizen gedwongen waren alle reguliere zorg volledig af te schalen, bood Equipe ondersteuning aan het Ikazia. “Tijdens de eerste golf ging personeel van Equipe bij ons in het ziekenhuis aan de slag”, blikt Kievit terug, “en hebben we gebruik kunnen maken van hun beademingsapparatuur.” In het najaar van 2020 moest het Ikazia opnieuw de reguliere zorg afschalen, vier van de zes operatiekamers waren niet langer beschikbaar. De twee operatiekamers bij Equipe bleven dat wel, alle geplande ingrepen konden daar doorgaan. Kievit: “En dat is alleen maar prettig. Er is het afgelopen jaar een stuwmeer aan uitgestelde operaties ontstaan. Iedere patiënt die we dankzij deze constructie kunnen helpen, heeft daar baat bij. Daarnaast zijn artsen simpelweg het gelukkigst als zij hun zorg kunnen leveren, of ze dat nu in het ziekenhuis of elders kunnen doen.”

Marlies Jansen-Landheer, medisch directeur van Equipe Zorggroepen

Patiënten die al op een wachtlijst staan in het ziekenhuis, willen het liefst dat de specialist die zij al kennen ook de operatie uitvoert. Ook het ziekenhuis wil die relatie graag behouden. Begrijpelijk volgens Jansen-Landheer: “Voor de meeste patiënten zorgt het wisselen van arts én van locatie voor te veel onrust, dat proberen we daarom zoveel mogelijk te voorkomen. Daarom komen patiënten met hun eigen medisch-specialisten uit het Ikazia bij ons in de kliniek.” Daarnaast ziet Jansen-Landheer een toename in het aantal patiënten dat zelf de weg naar een zelfstandig behandelcentrum weet te vinden.

Meer dan ruimte alleen

Het liefst zien Jansen-Landheer en Kievit de samenwerking verder gaan dan verhuurde operatieruimtes en het bieden van achterwacht. Jansen-Landheer: “We voeren nu verkennende gesprekken om te kijken hoe we ook op zorginhoudelijk vlak onze krachten intensiever kunnen bundelen. Want wat betekent de juiste zorg op de juiste plek nu echt voor de patiënt? In sommige gevallen zouden patiënten veel sneller en effectiever behandeld kunnen worden in een kliniek. Niet voor alle zorg heb je de dure infrastructuur van het ziekenhuis nodig. Terwijl patiënten met een complexe zorgvraag op hun beurt weer het beste in het ziekenhuis kunnen worden geholpen.”

Intensief samen optrekken brengt de reguliere zorg verder

Sinds de uitbraak van het coronavirus in maart 2020 zetten ziekenhuizen, zelfstandige behandelcentra en andere zorgaanbieders alle zeilen bij om goede zorg te leveren. Aan coronapatiënten maar ook aan mensen met andere zorgvragen. Vanwege de grote druk op de zorg moet hierbij soms noodgedwongen worden geprioriteerd. De focus ligt in eerste instantie op het zo goed mogelijk laten doorgaan van (semi-)acute zorg en kritiek planbare zorg. Kritiek planbare zorg is zorg die binnen zes weken geleverd moet worden om het risico op onherstelbare gezondheidsschade te voorkomen.

Benut de zorgcapaciteit in de regio zo goed mogelijk en werk samen om zoveel mogelijk medisch specialistische zorg doorgang te laten vinden. Dat is de oproep van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) aan ziekenhuizen, zelfstandige behandelcentra en zorgverzekeraars. Als er capaciteit is, moeten ook mensen met een minder urgente zorgvraag worden geholpen.

Zorgbeeldportaal
Sinds het najaar van 2020 ontwikkelt de NZa in samenwerking met zorgverzekeraars, zelfstandige behandelcentra en ziekenhuizen het Zorgbeeldportaal. Via dit portaal wordt actuele informatie over de toegankelijkheid van zorg ontsloten. Zorgverzekeraars gebruiken deze informatie om wachtende verzekerden met een minder urgente zorgvraag door te verwijzen naar een zorgaanbieder met kortere wachttijden. Verzekerden die willen weten of zij bij een andere zorgaanbieder sneller terecht kunnen, kunnen daarvoor contact opnemen met de afdeling zorgbemiddeling van hun zorgverzekeraar. Contactgegevens zijn ook te vinden via www.mijnzorgverzekeraar.nl.

Petra van Holst, algemeen directeur van Zorgverzekeraars Nederland

Geen regio is hetzelfde

In de verschillende (ROAZ-)regio’s bespreken zorgaanbieders en zorgverzekeraars hoe zij samen de zorg zo goed mogelijk toegankelijk kunnen houden. “Als het gaat om populatie en om het aantal zorgaanbieders is geen regio hetzelfde. Daarom is maatwerk nodig”, vertelt Petra van Holst, algemeen directeur van Zorgverzekeraars Nederland. “Het is belangrijk om de zorgvraag in iedere regio zo goed mogelijk te verdelen over het aanbod van zorg. Centraal staat: zoveel mogelijk de juiste zorg op de juiste plek.” Van Holst noemt de samenwerking in de regio Amsterdam als een mooi en concreet voorbeeld. “Hier hebben zelfstandige behandelcentra een deel van de planbare operaties uit het OLVG tijdelijk overgenomen waardoor het verlenen van deze zorg mogelijk bleef.”

Wat zorgverzekeraars doen om de zorg toegankelijk te houden? “Zij hebben voor de vergoeding van zorg tijdens de corona-uitbraak in 2020 regelingen getroffen voor zorgaanbieders, waaronder ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra”, licht Van Holst toe. “Ook in 2021 hebben zorgverzekeraars afspraken gemaakt met zelfstandige behandelcentra voor het uitlenen van personeel aan ziekenhuizen.”

Van Holst geeft aan dat zorgaanbieders en zorgverzekeraars bij het verplaatsen van zorg en het uitlenen van personeel altijd de gezondheidswinst die daarmee te behalen is centraal stellen. “Zorgverzekeraars hebben zorgplicht, waar het toegankelijk houden van de zorg onder valt, en doen er daarom alles aan daar zo goed mogelijk invulling aan te geven. We stimuleren zorgaanbieders de beschikbare capaciteit zo optimaal mogelijk te benutten. Dat doen we onder andere door ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra te vragen met plannen te komen om afgeschaalde zorg samen toch te kunnen leveren.”

Ook samenwerking binnen de poliklinische zorg mogelijk

Ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra vinden elkaar niet alleen in het delen van operatiekamers. De ervaringen van Cardiologie Centra Nederland (CCN) laten zien dat ook samenwerkingen binnen de poliklinische zorg mogelijk zijn. Welke drie elementen zijn daarvoor cruciaal volgens Rosa Remmerswaal, manager Bedrijfsvoering bij Cardiologie Centra Nederland?

  1. Gedeelde cardiologen, gedeeld zorgpad 
    “Wat enorm helpt is dat een deel van onze cardiologen ook in dienst is bij het ziekenhuis. Via triage bepalen de cardiologen wat de beste manier is om een patiënt te helpen. Bij sommige problematiek gaat het erom dat mensen snel worden gezien en omdat wij vrijwel geen wachtlijsten hebben, kunnen patiënten met bepaalde klachten snel bij ons terecht.” Vanaf de zomer van 2020 had CCN een groei van zo’n tien tot twintig procent. Remmerswaal schat in dat het merendeel daarvan afkomstig is vanuit de ziekenhuizen.

    Landelijk werkt CCN onder meer samen met het Amsterdamse UMC, het Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein en het Rode Kruis Ziekenhuis uit Beverwijk. “Concreet houdt onze samenwerking in dat we soms delen van het zorgpad overnemen van het ziekenhuis. Wij verzorgen dan bijvoorbeeld de diagnostiek en de vervolgafspraken, terwijl de operatie of aanvullend onderzoek met CT of MRI plaatsvindt in het ziekenhuis.”
     
  2. Flexibel zijn om te kunnen op- en afschalen
    “Dat wij konden opschalen toen het aantal verwijzingen bij ons in de kliniek toenam, is echt de verdienste van onze verpleegkundigen en echocardiografisten. Zij zijn enorm flexibel en zijn extra poli’s gaan draaien, in de avonden en de weekenden, toen dat nodig was. Zo deden we er alles aan om de wachtlijsten zo kort mogelijk te houden. Ons team uit Almere draaide bijvoorbeeld een poli in het weekend op onze locatie in Amsterdam.” 
     
  3. Focussen op langdurige samenwerking
    “Niet bang zijn om afspraken te maken die een langdurige samenwerking mogelijk maken. Dat is precies waarom het bij ons werkt. Wij werken al heel lang samen met ziekenhuizen, en breiden dat steeds verder uit. We hebben een gezamenlijke opdracht met elkaar om de juiste zorg op de juiste plek te verlenen. Overstijgend denken, ook met de zorgverzekeraars erbij. Niet op onze eigen eilandjes blijven maar echt bruggen durven slaan. Deze coronatijd heeft inmiddels echt bewezen dat er veel mogelijk is.”

Gepubliceerd op 26 maart 2021