Gepubliceerd op 28 maart 2022

Begin dit jaar zijn twee nieuwe wetten in werking getreden: de Wtza en de Awtza. Beide wetten moeten ertoe leiden dat zorgaanbieders zich bewuster zijn van de regelgeving voor zorgverlening en de verantwoordelijkheden die zij hebben. Ook het toezicht moet erdoor verbeteren. Voor de NZa betekent het dat er nieuwe bevoegdheden zijn bijgekomen.

Om ervoor te zorgen dat zorggeld ook echt aan zorg wordt besteed, stelt de overheid eisen aan het bestuur, de financiële administratie en de bedrijfsvoering van zorgaanbieders. De Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet toetreding zorgaanbieders (Awtza) moeten voor meer transparantie en een betere verantwoording door zorgaanbieders zorgen. De meldings- en vergunningsplicht is uitgebreid en de eisen voor de bedrijfsvoering zijn aangescherpt. Zo moeten alle zorgaanbieders hun jaarrapport openbaar maken. 

Martijn Peeters, programmamanager NZa

Wtza regelt meldplicht

Wat regelen beide nieuwe wetten precies? Martijn Peeters, programmamanager bij de NZa, zet het op een rijtje: “De Wtza regelt de meldplicht voor nieuwe en bestaande zorgaanbieders, klein of groot, in welke zorgsector ze ook actief zijn. Daarnaast geldt voor een bepaalde categorie zorgaanbieders een toelatingsvergunning. Hiervoor geldt een procedure die onder de oude wet, de Wet toezicht zorginstellingen, ook al bestond. Die procedure is nu aangescherpt en verdiept; zo zijn de voorwaarden voor een goede bedrijfsvoering strenger geworden. Alle zorgaanbieders in de medisch-specialistische zorg en zorgaanbieders met meer dan tien medewerkers op de loonlijst hebben ermee te maken.”

Awtza: taken overgeheveld van IGJ naar NZa

Bij de uitvoering van de Wtza is een kluwen instanties betrokken, legt Peeters uit: “De IGJ toetst of zorgaanbieders zich hebben gemeld en of zij beschikken over een vergunning. Het CIBG, een uitvoeringsorganisatie van VWS, voert de vergunningsprocedure uit en toetst of een zorgaanbieder aan de eisen voldoet. Desgevraagd adviseren wij het CIBG op basis van de data waarover wij beschikken.
De Awtza regelt dat er toezichtstaken zijn overgeheveld van de IGJ naar ons. Wij kijken of de financiële verantwoording transparant is, of er geen sprake is van winstoogmerk en of de zorgaanbieder de jaarverantwoording heeft aangeleverd. Tot slot houden we ook toezicht op de voorwaarden waaronder zorginstellingen derivaten mogen aantrekken om renterisico’s op langlopende leningen af te dekken.”

Jaarverantwoording belangrijke informatiebron

De nieuwe taken vallen volgens Peeters deels samen met de wijze waarop de NZa al toezicht hield op goed bestuur en professionele bedrijfsvoering. Data zijn een steeds belangrijker pijler onder dit toezicht. De jaarverantwoording is voor de NZa een waardevolle informatiebron, legt Peeters uit: “Het geeft ons inzicht in de verhouding tussen opbrengsten en kosten, hoeveel zorgverleners er zijn en hoeveel mensen zij hebben behandeld en hoe de organisatiestructuur eruitziet. Dit zijn allemaal informatiestromen die we gebruiken voor risicoanalyses. Zien we opvallende dingen, zoals een zorgverlener die gemiddeld 72 uur per week zorg verleent, dan wijst dit in de regel op fouten in de administratie of zelfs fraude.”

Ook verantwoordingsplicht voor huisarts en fysiotherapeut

Met ingang van het verslagjaar 2021 moet een veel grotere groep zorgaanbieders een jaarverantwoording aanleveren. Zo geldt de plicht ook voor huisartsen, fysiotherapeuten, apotheken en tandartsen. “Zij krijgen er een administratieve taak bij,” beseft Peeters. “Tegelijkertijd gaat het ons helpen om sneller problemen rond goed bestuur en professionele bedrijfsvoering op te sporen bij een groep zorgaanbieders waarvan we tot nu toe weinig informatie krijgen. Het gaat ook helpen om knelpunten in de zorg van deze aanbieders in kaart te brengen. Zo krijgen we veel signalen door dat de tarieven van zorgverzekeraars voor huisartsen niet toereikend zijn. Met de jaarverantwoordingsplicht krijgen we zicht op dit soort issues. Voor beleidsmakers levert dit ook waardevolle data op.” 

Voor zorgaanbieders die nu al een publicatieplicht hebben, wordt de administratielast juist minder, zegt Peeters: “Samen met de sector hebben we in schrapsessies veel vragen uit de vragenlijst gehaald. Het format van de jaarverantwoording sluit nu aan op dat wat zorgaanbieders ook al naar de Belastingdienst en hun accountant sturen.”